K.N.I.L.


Gijsbert (Gijs) Beker,

de vader van mijn vader, dus mijn grootvader, werd geboren in 1877 en overleed in 1934. Negen jaar voor mijn geboorte. Ik heb hem dus niet gekend. Ik vroeg mijn vader wel eens naar deze man. Het enige dat mijn vader wist wist te vertellen, was dat het een strenge man was, die van discipline hield. Wat wil je. De man had van 1900 t/m 1914 dienst gedaan bij het K.N.I.L., het Koninklijk Nederlands Indisch Leger en was drager van de Militaire Willems Orde.

Omdat ik meer van deze man wilde weten en ik de herkomst van mijn familie wilde uitzoeken, ben ik op zoek gegaan en kwam ik over deze opa te weten, dat hij werd geboren op 15 mei 1877 in Woudenberg, op de boerderij ‘de Zeven Morgen’ aan het Roffelaerspad. Zijn vader, eveneens een Gijsbert Beker, heeft hij nooit gekend. Deze overleed drie maanden voor zijn geboorte. Zijn moeder, Klaasje van Dijk, hertrouwde korte tijd later, doch overleed, toen hij 18 jaar was. Op die leeftijd leeftijd ging hij naar Harderwijk, waar hij enige tijd o.a. als stalknecht werkte.

Op 19 jarige leeftijd werd hij op 12 maart 1897 als dienstplichtig militair opgeroepen bij het 5e Regiment Infanterie. Op 16 juni 1898 kwam hij bij het 8e Regiment Infanterie en kwam terecht op Fort De Klop’ langs de Vecht bij Utrecht. Toen de gemeente Achttienhoven. Dicht bij dat fort, aan de Vechtdijk, woonde Govert de With met zijn gezin op de boerderij “de Schulpen”. De vrouw van Govert de With, Jannetje van Vulpen was verre familie van Gijs. Met deze familie onderhield hij vriendschapsbanden. Govert de With was 18 jaar ouder dan Gijsbert Beker. In 1900 tekende hij voor een verbintenis van 6 jaar bij het K.N.I.L. en werd hij naar Indië uitgezonden. In 1906, na afloop van zijn contract, kwam hij terug naar Nederland. Doch datzelfde jaar tekende hij nogmaals voor 6 jaar bij het KNIL. Dit werden er 8. In die perioden schreef hij menigmaal naar o.a. de familie de With. Voor zover bekend, kwam er weinig respons van Goof de With. Zo tegen 1910 ging een dochter van hem terug schrijven. Dat was Christina Maria, roepnaam Stijntje. Zij was 15 jaar jonger dan mijn opa. Na terugkomst in 1914, zijn zij in 1915 getrouwd. Stijntje werd dus mijn oma. Toen mijn opa in 1934 overleed, was mijn oma 39 jaar en bleef met drie kinderen achter. Mijn vader was 18 en zijn twee zusters waren 8 en 7 jaar. Mijn oma is nooit hertrouwd.

foto 00202In 1906 kocht hij een 13×18 platen camera en nam die mee naar Indie. Dus tussen 1906 en 1914 heeft hij in Indië foto’s gemaakt met die platencamera. De camera en ongeveer 100 glasnegatieven heb ik in mijn bezit. Hij kocht deze camera in 1906 bij C.A.P.Ivens in Amsterdam. Ivens was de oprichter van het bekende fotobedrijf CAPI. De opnamen zijn voornamelijk gemaakt op het eiland Flores. Daar was hij tot 1912 als sergeant – brigadecommandant van de marechaussee gelegerd, maar tussen 1912 en 1914 was hij in Laboehan Badjo, op de westkust, bestuursassistent. In 1911 werd hij onderscheiden met de Militaire Willems Orde 4e klasse.


 Hieronder de foto’s die Gijsbert Beker maakte. De teksten bij de foto’s zijn afkomstig uit zijn album.

 

 

 

 

 

 


 

MILITAIR LOGBOEK

Hieronder de meest belangrijke delen van het militaire logboek van G.Beker.

12 maart 1897: Bij het 5e Regt Infie ingedeeld als loteling van de lichting 1897 uit de gemeente Wouden­berg (Utrecht) onder No. 2

16 juni 1898: Overgeplaatst bij het 8e Regt Infie 15

Februari 1899: Met groot verlof 12 Mei 1900: Overgenomen van het 5e Regt Infie met eene op den 30 Juni t.v. aangegane nieuwe verbintenis voor 6 jaren bij de Kol.troepen zoowel in als buiten Europa met Fl 200 grat, onder terugbetaling van de vroegere genoten premie ad Fl 60 en be­taalde aanbreng­premie ad Fl 20.

1 September 1900: Geembarkeerd te Amsterdam aan boord van het stoomschip Koning Willem II.

6 Oktober 1900: Gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij het 3e depot Bataljon.

20 Februari 1901: Overgegaan bij het 13e Bat. Infie

30 Augustus 1901: Overgegaan bij het 3e depot Bat.

28 December 1901: Korporaal 6 Mei 1902: Overgegaan bij het 13e Bat. Infie.

26 Augustus 1902: Sergeant.

12 Maart 1904: Overgegaan bij het garns. Bat. van de Zuider en Ooster Afd. v. Borneo.

12 Mei 1905: Overgegaan bij het 3e depot Bataljon.

20 Augustus 1905: Overgegaan bij het 13e Bat. Infie.

3 Januari 1906: Vrijwillig onderworpen aan de bepa­lingen van het pensioenreglement gehecht aan het Kon:besluit van 17 Februari 1905 No. 8.

26 April 1906: Het paspoort naar Nederland toege­staan, kunnen­de hem het certificaat van goed gedrag worden uitgereikt.

30 Juni 1906: Ter pasportering in Nederland overge­gaan bij het Subs. Kader te Soerabaia.

2 Juli 1906: Derwaarts vertrokken met het stoomschip “Lawoe” (Zie No 52929)

16 augustus 1906: Te Rotterdam ontscheept en bij het K.W.A. aangekomen.

17 Augustus 1906: Als vrijwilliger afgevoerd tot de positie van dienstplichtige bij de landweer overge­bracht en op dato overgeplaatst naar het 34e Bat.Landweer Infie en met groot verlof.

1 September 1906: Overgenomen als sergeant van het 34e Bat. Landweer Infie met eene op den 18 Augustus t.v. aangegane vrijwillige verbintenis bij de Kol. Reserve voor 6 jaren bij het leger zoowel in als buiten Europa, met fl 300 premie waar­van fl 50 uitbe­taald en fl 250 in ’s Rijkspostspaarbank ingelegd is.

17 November 1906: Gedetacheerd naar Oost Indië. 17 November 1906: Geembarkeerd te Amsterdam aan boord van het stoomschip “Prinses Sophie”.

25 December 1906: Gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij het 2e Bat. Infie.

3 September 1907: Overgegaan bij het 4e Bat. Infie.

6 Februari 1908: Overgegaan bij het 13e Bat. Infie.

11 Maart 1908: Overgegaan bij het 4e Bataljon Infie.

23 Mei 1908: Overgegaan bij het 9e Bat. Infie.

1 November 1908: Overgegaan bij het 14e Bat. Infie.

18 November 1910: Overgegaan bij het Garns. Bat. van Timor en Onderh. ten einde tijdelijk te worden belast met de waarneming der betrekking van Instructeur bij een der Korpsen gewapende politiedienaren op Flores.

Bij besluit van den Resident van Timor en Onderh. van 28 November 1910 No. 275 met ingang van 18 November 1910 tijdelijk belast met de waarneming van boven genoemde betrekking te Laboean Badjo.

1 December 1910: Gevoerd voor memorie. Bij besluit van den Chef van het Korps gewapende politie in Ned. Indië van 1 April 1912 No. 27 belast met de waarneming der betrekking van Europeesch Detachementscommandant bij het Korps gewapende poli­tie in Ned. Indië .

Bij Gouv: besluit van 11 Juli 1912 No. 1 bepaald dat hij na zich bij beeindiging van zijn loopend verband te hebben ge­reengageerd en na te zijn ontheven van de betrekking van detachementscommandant bij de gewapen­de politie bij het leger blijft gevoerd voor memorie gedurende den tijd welken hij van zijn dan nog loop­end verband zal worden belast met de waarne­ming van de betrekking van Bestuursassistent in de Res. Timor en Onderh.

Bij besluit van den Chef van het Korps gewapende politie in Ned. Indie dd. 5 Augustus 1912 No. 107 eervol ontheven van de waarneming der betrekking van Europ: Detachementscommandant bij het Korps gewapende politie, teneinde hem in de gelegen­heid te stellen om te worden benoemd tot bestuursassistent.

26 Augustus 1912: Gereengageerd voor 2 jaren en 4 dagen om te dienen bij de Kol. Reserve, zoowel in als buiten Europa, in te gaan bij eindiging der loopende verbintenis, bedongen een premie Fl 160 waar Fl 85 hem bij het ingaan van de nieuwe ver­bintenis zal worden uitbetaald zullen alsdan het overige te zijnen behoe­ve worden ingeschreven in de postspaarbank in Ned. Indi.

1 September 1912: De premie ad Fl 160 toegekend waar­van Fl 75 in de postspaarbank in Ned . Indie ingelegd.

Bij besluit van den Resident van Timor en Onderh. dd. 2 September 1912 No. 257 benoemd tot tijdelijk be­stuursassistent van het westelijk gedeelte van het eiland Flores of Manggarai (re. Timor en Onderh.) met bepaling dat zijne standplaats nader door den Contro­leur van Flores zal worden aangegeven.

17 Augustus 1914: Van voor memorie terug.

21 Augustus 1914: Ter opzending naar Nederland over­gegaan bij het Subs. Kader te Soerabaia. 8 September 1914: Derwaarts vertrokken per SS Kon. Emma, vanuit Londen de reis vervolgd met “SS Batavier II”.

31 oktober 1914: Ontscheept te Rotterdam en voorlopig opgeno­men in het zeemanshuis aldaar.

Verrichtingen: Scherpschutter geweer 1e maal den 5 April 1902.

Teruggesteld tot gewoon schutter den 6 Februari 1904.

1904/1905 Krijgsverrichtingen in de Doesoen en Dajak­landen.

1905 Krijgsver. in Ceram.

24 Oktober 1905 Toegekend de bronzen medaille ZGr.

Scherpschutter geweer twee maal den 23 Augustus 1907.

6 September 1907 Scherpschutter geweer vervallen.

1907 Krijgsverrichtingen in de Res. Timor.

1908/1909/1910/1911/1912/1913 Krijgsverrichtingen in de Res. Timor en Onderh.

Bij Kon. besluit van 27 Mei 1911 No. 52 benoemd tot ridder 4e klasse der Militai­re Willemsorde als hebbende zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in het Commandement van Timor en Onderh. gedurende het tweede half­jaar 1910.

4 Juni 1912 Toegekend de Zilveren medaille. Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven 1905-1909 Kleine Soenda eilanden.

27 Juni 1914 Bestemd om naar Nederland te worden gezonden wegens eindiging van zijn dienstverband. Is niet genegen zich te reengageren. Zou des verkiezende tot een zesjarig reengagement zijn toege­laten. Op wederaanneming in rang wordt prijs gesteld wanneer hij zich binnen twee jaren na afvoering uit de sterk­te van het Indisch leger weder van den Indischen militairen dienst doet aanwer­ven.

8 September 1914 Derwaarts vertrokken per stoomschip “Konin­ging Emma”. 31 oktober 1914 ontscheept te Rotterdam en voorlopig opgenomen in het zeemanshuis aldaar.

19 november 1914: Uit de sterkte gebracht zijnde aan hem bij Kon. besluit van 20 November 1914 wegens volbrachten dienst­tijd toegekend een voortdurend pensioen van fl 486- ’s jaars. Het bewijs van goed gedrag afgegeven.